logo

columns Mischa Andriessen


De weg vinden door hem kwijt te raken‘ door Mischa Andriessen (verscheen in Jazzmo’ 2017|1)

Een essentieel verschil tussen jonge kunstenaars, musici incluis, en de oudere generaties lijkt dat tussen vloeibaar en vast te zijn; waar het motto ooit was dat wie kunst maakt een mens uit een stuk moet zijn, wordt nu veel meer belang gehecht aan de flexibiliteit, het vermogen ingenomen standpunten te verlaten, voortdurend (mee) te bewegen en niet continu vast te houden aan wat je ooit eens koos.
Een ander verschil is dat oudere generaties zoveel waarde hechten aan verschillen, ze een identiteit ontlenen aan het onderscheiden.
Mijzelf rekenend tot de ouderen kan ik onomwonden beweren dat de opstelling van de jongeren veel voordelen biedt, meer recht doet ook aan wat een mens is; een amorf en kneedbaar wezen, zeker in moreel opzicht een Barbapapa, huup huup, nu jij dit vindt, vind ik dat. Voordelig of niet, ik blijf een groot zwak houden voor kunstenaars en vooral ook musici die uit volle overtuiging een keuze maken en daar desnoods aan ten onder gaan. Voor een musicus als George Braith die maar vast bleef houden aan de door hem gebouwde dubbele saxofoon die hem nadat het nieuwe ervan af was onverbiddelijk tot obscuriteit veroordeelde. Voor een musicus als Ken McIntyre die blijkbaar niet kon accepteren dat rieten als fagot en hobo minder dan sax of klarinet geschikt zijn als solo-instrument in de jazz. Ik houd een groot zwak voor kunstenaars die zich blindstaren op hun huisgemaakte beginselen, een groot zwak ook voor musici die zichzelf verliezen.
Althans dat denk ik.
Waarschijnlijk is het veel belangrijker dat ik als luisteraar ervaar dat de musicus zichzelf verliest dan dat dit daadwerkelijk gebeurt.
Ik zag en hoorde gitarist Jorrit Westerhoff tijdens de presentatie van zijn twee debuutplaten I Don’t Know What I can Imagine en Squeeze The Lemon. Ik zag hoe hij over het podium vloog als zat in zijn gitaar een joystick die hem stuurde, zag hoe hij dan eens zijn bril verloor tijdens een van de vele manische solo’s. Ik hoorde hoe hij op een volume speelde dat zelfs voor menig rockband pittig genoemd kan worden, hoe ook de muziek alle kanten opschoot. Ik hoorden en zag hoe intens Westerhoffs bandleden, bassist Marko Curcic en drummer Aleksandar Škorić speelden, zag en hoorde hoe Westerhoffs gasten; Eric Vloeimans op trompet, Morris Kliphuis op hoorn en de nieuwe Boy Edgarprijswinnaar Martin Fondse op toetsen alle zeilen bij moesten zetten om mee e waaien en niet ergens de weg kwijt te raken.
Na afloop, haast doof, sprak ik Kliphuis, complimenteerde hem en de band met het concert en sprak mijn bewondering en verbazing uit over de manier waarop Westerhoff zichzelf in de muziek leek te verliezen. ‘Maar,’ zei Kliphuis, hij weet altijd waar hij is, harmonisch, ritmisch, in elk opzicht.’
Daar moest ik even over nadenken.
Feit is dat die platen van Westerhoff heel prettig zijn en zijn optredens sensationeel. Dat hij zijn hoofd lijkt te verliezen terwijl hij het er blijkbaar bijhoudt, brengt het beste van twee werelden samen.
Oude mannen moeten ophouden overal een verschil in te willen maken. Jonge musici mogen zich best vaker zo late gaan als Westerhoff dat doet. Hij vindt en weg door hem kwijt te raken of door helemaal niet te weten waar de weg is, hooguit een richting te hebben en zeker geen route. Maar zelfverlies is geen doel op zich, de muziek wordt alleen maar beter wanneer de musicus ondanks alles en liefst ook met de schijn tegen, toch weet waar hij is.

Jorrit Westerhoff 3×7 – Squeeze the Lemon
Jorrit Westerhoff – I Don’t Know What I can Imagine
www.jorritwesterhoff.nl



Abonneer